Sint Jan: een onuitroeibaar natuurfeest

 

Om ons heen zien we de natuur zo uitbundig en rijk als in geen ander jaargetijde. Alle bladeren hebben zich vol ontplooid, bloemknoppen springen open, de eerste vruchten gaan komen. Het eenvoudige groene (gras)kleed van Moeder Aarde tooit zich met een verscheidenheid aan pollen, aren en pluimen, die met een gouden waas het groen versluieren.

Insecten zoemen in de blauwe hemel, vogels fluiten dat het een lieve lust is. De natuur biedt ons een geweldige overvloed. De zon staat op het hoogste punt aan de hemel en bereidt zich voor op de terugtocht. Nog één korte, lichte nacht en het keerpunt is gekomen.

Aarde Moeder en Zonnewende

Midzomer: de rijkdom van Moeder Aarde op haar mooist

Midzomer. De langste dagen van het jaar. Het blijft op de meest noordelijke plekken van de aarde de hele nacht licht. De wending van de zon viert men al eeuwenlang tijdens het midzomerfeest in de nacht van 23 op 24 juni, wat zijn oorsprong vindt in de tijd van de Vikingen.

Tot 1770 was het een officiële feestdag die werd gevierd op de avond van 23 juni. Het was de dag waarop alle wijze mannen en vrouwen kruiden gingen plukken die ze de rest van het jaar gebruikten om mensen te genezen. Tijdens midzomernacht bezochten de Vikingen al waterbronnen met genezende krachten en wasten zij zich met de dauw van de vroege ochtend.

Zij ontstaken grote brandstapels om kwade geesten te verdrijven. Het vuur bood het hele jaar bescherming tegen allerlei onheil. Landarbeiders die over het Midzomervuur sprongen, waren ervan overtuigd geen last van rugpijn te hebben als ze later de oogst van het land moesten halen.

Midzomer is een keerpunt, net als Midwinter. Het Midzomerfeest is een vreugdevol evenement, in afwachting van de oogst die op de akkers staat te rijpen. Het is tegelijk een bezinning op het feit dat de dagen niet verder lengen en de omslag naar de winterperiode al wordt ingezet.

Midzomer is net als Midwinter een nieuw begin na een stilstand. Een tijd om dingen net het zetje te geven dat ze nodig hebben om weer in beweging te komen. Midzomer is geen tijd van groei, maar een tijd van rijping. Een tijd om te bedenken wat belangrijk voor je is, maar nog niet tot resultaten heeft geleid.

De viering van wat ook wel het Sint-Jansfeest heet, heeft weinig of niets met de heilige te maken en alles met het van oorsprong heidense Midzomerfeest. Alle gebruiken rond het Sint-Jansfeest zijn gekerstende heidense gebruiken. In de 7e eeuw werd het midzomerfeest een christelijk feest, doordat Roomse geestelijken het tot dan toe heidense feest koppelden aan de geboorte van Johannes de Doper op 24 juni.

Dit berust op de mededeling in Lucas 1:36 dat Elisabeth, de moeder van Johannes, in de zesde maand van haar zwangerschap was toen de Maagd Maria zwanger werd. Toen in de vierde en vijfde eeuw de kerk ertoe overging de geboorte van Jezus op 25 december vast te stellen won de overtuiging veld dat Johannes een half jaar eerder, op 24 juni, was geboren. Dat dit de al eeuwenlang bestaande datum van het Midzomerfeest betrof, was geen toeval. De koppeling van Sint Jan aan 24 juni is geheel te verklaren als poging een onuitroeibaar heidens feest te kerstenen.

Toen de heidense Midzomervuren niet verboden konden worden zonder een volksoproer te veroorzaken, werden ze gekerstend tot Sint-Jansvuren. Johannes de Doper, zei men, was het Licht van de Wereld geweest en daarom was het passend om voor hem een vuur te branden. De vuren werden door priesters aangestoken en met wijwater besprenkeld. De kruiden, die om hun magische kracht vanouds in het midzomervuur werden geworpen, werden gekerstend tot Sint-Janskruid en in het Sint-Jansvuur verbrand.

Caesarius van Arles (470-542), aartsbisschop van Arles, verbood in navolging van Augustinus het op Sint-Jansdag of in de Sint-Jansnacht baden in bronnen of rivieren. Het gebruik bleek echter te diep geworteld om uit te roeien en noodgedwongen legde de kerk zich erbij neer, zolang men maar inzag dat het de Doper was die het water heiligde…

Samen met Jezus vormde Johannes een christelijke versie van de as Midwinter-Midzomer, waar omheen zich het heidense jaar wentelde. Ook de tussenliggende Lente- en Herfstfeesten zijn tussen Christus en Johannes de Doper verdeeld. De 25e maart, het begin van de lente in de Juliaanse kalender, werd Maria Boodschap. De 24e september, het begin van de herfst in de Juliaanse kalender, werd al door Augustinus aangewezen als de dag dat Elizabeth van de engel vernam dat ze zwanger was van Johannes de Doper.

Door de Synode van Agde (Gallië) in 506 werd het geboortefeest van Johannes de Doper tot de belangrijkste christelijke feesten gerekend. Tot 1911 behoorde het Sint-Jansfeest tot de geboden vierdagen, die elke rooms-katholiek werd geacht te eerbiedigen. Daarna werd het feest op veel plaatsen nog wel door de boerenbevolking gevierd, maar de kerk nam niet langer deel aan het in wezen altijd heidens gebleven jaarfeest.

(Bronnen: Wikipedia, isgeschiedenis.nl, circewicca.nl, ontwerpt.nu e.a.)

Naar buiten!

Het grootste deel van zijn leven heeft hij binnen gezeten. Op zijn studentenkamertje, met de neus in de studieboeken. Daarna in behandelkamers met patiënten, op congressen met collega’s of in de collegezalen met studenten. Werkweken van 60 uur waren normaal. Vorig jaar stopte hij ermee. Dit jaar heeft hij het voor eerst weer voorjaar zien worden.

Hij staat, leunend op zijn wandelstok, aan het bureau van de collega’s tegenover me. De specialist is nu zelf patiënt. Maar meer nog: levensgenieter geworden sinds hij niet meer op de loonlijst staat van dit ziekenhuis en hij, carrière-technisch gezien, een forse stap terug heeft gezet.

Hij is veel buiten tegenwoordig. Ervaart het weer, de seizoenen. ‘Vroeger… als we op vakantie gingen, dan realiseerde ik me ineens: gut, ja, het is zomer. Nu heb ik het gewoon voorjaar zien worden!’. Zijn ogen twinkelen. Hij kijkt. Ziet. Fotografeert. En geniet hartstochtelijk. Hij probeert zijn nieuwverworven gevoel van vrijheid op ons over te brengen.

‘Hoe lang moeten jullie nog’, vraagt hij aan ons. ‘Tot mijn 67e’, zegt de ene collega. ‘Ik hoop niet dat ik het nog zo lang vol moet houden’, reageert de ander. ‘Ik zit hier tijdelijk’, zeg ik, ‘ik mag in november weer naar buiten’. ‘Dan heb je het goed voor elkaar’, meent hij.

🙂

 

 

Zondagochtenddrama

 

Ik probeer in het drone-achtige ritme te komen van de kora-patronen die ik eergisteren leerde op de Harp Friends Meeting. Heerlijk repetitief, meditatief, maar iets in het logaritme van de variaties zorgt voor kortsluiting in mijn brein. Daardoor bewegen de vingers van mijn rechterhand in plaats van de linker. En andersom. Niet bij nadenken – dan is de kans het grootst dat het lukt.

Buiten jubelen de merels, schijnt de zon en probeert een Vlaamse gaai een telefoon na te doen. De tuindeuren staan wagenwijd open. Het koord met belletjes tinkelt licht in de wind, beweegt mee met de lap vitrage die als wapperende (en dus niet werkende) hor dienst doet. Buiten is het echtpaar koolmees ook vandaag weer druk met de verzorging van het kroost. Geen moederdag voor Ma Mees. In het nestkastje aan de schutting bedelen de kids om het hardst om voer.

Roze clematis tegen een blauwe hemel

De clematis jubelt naar de zon…

Jaap maakt foto’s van de clematis, die van de ene op de andere dag een roze zee heeft gevormd. Odin twijfelt tussen buiten bakken in de zon, of de koelte van de kamervloer, en drentelt heen en weer. Een lome zondagochtend begin mei; het lijkt wel zomer.

Net als ik het ritme én de juiste snaren te pakken lijk te hebben, barst buiten een hevig spektakel los. Pa en ma koolmees in paniek. Een van de kinderen is uit de nestkast gekukeld en op ons terras terecht gekomen, waar Telefoongaai hem (of haar) nu ook in de smiezen heeft. Als een slechtvalk duikt hij uit zijn boom.

We zullen nooit weten of het haantje-de-voorste was die als eerste de sprong naar de grote boze buitenwereld waagde op deze mooie voorzomerdag, of dat het juist het zwakste nakomertje was die door broers en zussen uit het nest werd gewerkt onder het motto: zonder jou is er meer voor ons. Feit is dat op hetzelfde moment dat wij de paniek gewaar worden, gaai er met het schril krijsende meeskuiken vandoor gaat en er een klamme stilte valt.

Jaap en ik staan machteloos boos op die Vlaamse moordenaar onze menselijke emoties in bedwang te houden. Het gevoel dringt zich op dat we ‘onze’ mezenfamilie, die de beschutting van onze tuin heeft gezocht, niet hebben kunnen beschermen. Alhoewel het stil blijft in de nestkast, komt even later Telefoongaai weer terug met een hoop kabaal. Alsof hij ons uitjouwt. Jaap jouwt terug. De gaai druipt af.

Wezenkast aan de schutting in de tuin

Jaap post in de tuin. Laat die gaai het niet nog eens wagen… !

Terwijl wij nog steeds verslagen, met het hart in de keel en een omgedraaide maag in de tuin staan, keert het leven terug in de nestkast. Alsof er niks gebeurd is wordt er weer gebedeld, en vliegen pa en ma weer af en aan. Odin besnuffelt het terras onder de nestkast en vormt zich op zijn manier een beeld van het drama dat zich daar kort tevoren heeft voltrokken. Hij kijkt ons vragend aan, en richt zijn blik vervolgens op zijn oranje bal. Het leven gaat gewoon door. Nu wij nog.

Koolmees bij nestkastje aan de schutting in de tuin

Pa (of ma) koolmees vliegt weer af en aan met lekkers voor het restant kroost

Jeuk

In het midden van het auditorium staat een bruistabletje-in-het-kwadraat uit Rotterdam-Zuid verschrikkelijk adhd te doen. Hij krijgt de lachers wel op zijn hand, en ergens is hij ook wel humoristisch, maar ik krijg het er vooral acuut benauwd van. Dat gevoel begon al in de koffieruimte beneden, waar een paar honderd collega’s zich verdringen voor de koffie, een gebakje en natuurlijk alle goodiebags van de sponsors.

Vandaag is mijn eerste dag alleen op ’t werk – pfff… als dat maar gaat lukken – en die begint met het congres ter gelegenheid van Secretaressedag. Bijzonder wel, in dit jaar van afronden en losse eindjes aan elkaar knopen dat ik precies vier jaar geleden tijdens dezelfde gelegenheid dacht mijn carrière als secretaresse af te sluiten! Het geeft me een raar gevoel van déjà vu maar-dan-anders.

Ik voel me een vreemde eend in de bijt. Oncomfortabel. M’n vecht-of-vlucht-reflex staat op scherp. Alhoewel de neiging te vluchten bijzonder groot is, besluit ik te blijven. Te vechten dus. Vooral tegen mezelf, zo wordt me later pas duidelijk.

Op het secretaressecongres in 2012 kregen we de uitdaging voorgelegd op zoek te gaan naar de allerbeste versie van jezelf. Het merk IK. ‘Wat is je ware passie?’ was de centrale vraag toen. Daarmee hervond ik het vertrouwen in de keus die ik had gemaakt en in mezelf: ik ging immers mijn ware passie volgen. Weer schrijven, en een nieuwe passie ontdekken: de harp! De lol in mijn werk was zoek, en DUS was ik ermee gestopt.

Vandaag staat opnieuw die passie centraal, in een heel andere verpakking overigens. Onder het motto ‘het leven is verwarrend eenvoudig’ heeft het bruistabletje (ik leen hier even zijn eigen woord) het over droeftoetertjes, humor als ‘gel voor de ziel’, de eenvoud van de immer glimlachende Dalai Lama en stelt hij ons de vraag: wat voor excuus heb jij om niet het leven van je dromen te leiden? Vier jaar geleden werd op het congres de keus die ik had gemaakt bevestigd, nu groeit alleen maar de twijfel.

Wat doe ik hier? Ik heb moeite met grote mensenmassa’s, met drukte & gedoe zoals in de koffieruimte, met goodiebags die je tot consumeren aanzetten. Ik heb ze genoeg gehoord: de tsjakkaaamannetjes die de ene na de andere open deur als hún waarheid verkondigen. Mijn ‘werkkleding’ – het had een haar gescheeld of ik had alles weggeminimaliseerd, want: niet meer nodig, dacht ik – zit niet lekker. Het werk wat ik de komende maanden ga doen ligt niet in de lijn van ‘mijn passie volgen’. Ik werk voor het eerst om te leven, in plaats van dat leef voor mijn werk. Het is een bewuste keus, maar het voelt… raar – op z’n minst.

’s Avonds thuis krijg ik ineens overal jeuk. M’n kuiten, knieholtes, armen, bovenbenen, ribbenkast. Alles jeukt, behalve m’n vingers. Alsof ik door de zaadjes van een rozebottel ben gerold. Waar krijg ik de kriebels van? Wat wil zich uiten? Het zou heel simpel een allergische reactie kunnen zijn, maar ik pak er zoals gewoonlijk mijn psychologische kwaaltjesbijbel toch maar bij. De huid is natuurlijk het orgaan dat met grenzen te maken heeft: het uiterlijk zintuig, dat in het verlengde ligt van het innerlijk voelen, van gewaar-zijn. ‘De huid tast, voelt, ziet en leeft’, lees ik. ‘het is een weerspiegeling van ons innerlijk gevoel van “ik ben”.’

Bij jeuk staat het volgende: ‘Heb je te weinig zelfvertrouwen? Je ervaart een misnoegdheid in verband met je huidige levenssituatie’… En: ‘Geef jezelf een brede leefruimte, zodat je ook meer vervelende taken van het leven met plezier zal volbrengen. Probeer niet alles meteen te willen snappen. Een sterk geloof in je waarde en mogelijkheden maakt alle energieën die nu wensen geboren te worden, vrij. Geef jezelf de tijd, geduld en ga door, in vertrouwen!’

Zoals altijd geeft mijn lijf precies aan waar het in wezen aan schort. Ik blijf het bijzonder vinden. Er rest mij weinig anders dan ‘te krabben waar het jeukt’; oftewel het probleem bij de bron aan te pakken. Gewoon: ervoor gaan, met deze nieuwe baan, met alle vertrouwen in mezelf, hoe ‘eng’ al het nieuwe ook is. En verhip, als ik later op de avond de website opzoek van het toch wel inspirerende bruistabletje lees ik dit:

Jan_van_Setten__inspirerend_spreker

NB: Hoe langer ik hier over nadenk, hoe blijer ik eigenlijk al word. BEN.

PS: De jeuk is weg.

(Als je het leuk vindt het blog dat ik vier jaar geleden schreef, te lezen: dat staat HIER en de website van het bruistabletje is HIER te vinden)

 

Gastblog: de Groene Vrouw van Julia Loosjes

Pasen, zomertijd… Een mooi moment voor een nieuw blog-uiterlijk en de introductie van een nieuw onderdeel op Kiw@vi: het gastblog! Ik ben heel blij dat Julia Loosjes als eerste de uitnodiging (misschien wel uitdaging…) heeft geaccepteerd iets te vertellen over haar tekening de Groene Vrouw. 

groene vrouw

Het verhaal van de Groene Vrouw

Het verhaal bij een werk vertel ik zelden. Leuker dan mijn eigen verhaal erbij te vertellen vind ik het om te horen wat jij in mijn tekeningen ziet. Wat zegt een tekening jou? Vaak ben ik verrast door de bijzondere antwoorden die ik dan krijg.

Door middel van tekenen maak ik zichtbaar wat in mij en in mijn leven speelt. Dromen, herinneringen en gevoelens vormen een bron van inspiratie. Thema’s als ‘groei’, ‘vrouw zijn’ en ‘de natuur’ komen steeds terug. Tekenen is echt een gesprek met mijzelf. Al tekenend zie ik wat er ontstaat en zo vertelt de tekening mij een verhaal.

Bij dit werk heb ik eerst met een roller en drukinkt een onderlaag gemaakt van kleurvlakken. Daaroverheen ben ik met kleurpotlood en viltstift in lagen verder gaan werken. Deze techniek geeft diepte en warmte aan de tekening. Bij elke laag komen er meer details naar voren. Zo is het verhaal van de groene vrouw ontstaan.

Het vertelt over een pijnlijke geboorte. Er zitten puntjes in de baarmoeder waardoor het kindje niet lekker kan liggen. De navelstreng wikkelt zich op het moment van geboorte om de nek van de baby. Er zijn scherpe tanden die de kou van de wereld om haar heen symboliseren.

De linker helft van de tekening gaat over wat er is voordat het kind aan de weg naar een nieuw leven begint. Er is sprankelend enthousiasme. Er zijn zonnen en manen. Het kindje maakt van een afstand al contact met de buik van de moeder. Er zijn helpers die voor deze jonge ziel zorgen. Haar wassen en klaarmaken voor het leven.

De rechter kant is het leven als vrouw. Het kind is vrouw geworden, maar is ook zelf nog aanwezig en klampt zich vast aan de volwassene. De vrouw heeft dromen waarin ze haar eigen weg gaat (auto) en een eigen plek mag innemen (interieur op de achtergrond).

En dan zijn er de waterplanten. Haar onbewuste wereld die ze probeert te ontdekken en waar ze een houvast probeert te zoeken. De vrouw laat zichzelf zien. Soms netjes zoals er van haar wordt verwacht (de BH) en soms kwetsbaar en naakt.

GROENE VROUW – © Julia Loosjes, drukinkt, kleurpotlood en viltstift op karton, 100×43 cm, nazomer 2013.

Julia geeft tekenlessen in de regio Den Haag. Haar werk is zowel te koop als te huur. Meer informatie is te vinden op de website www.julialoosjes.nl.

Alles in tweevoud

 

cactussen

Twee cactussen in een zak op tafel is niet echt aan mij besteed

In het Gele Huis, na de schrik over de zonnebloem die tweeling werd, valt me op hoeveel dingen ik hier in tweevoud heb. Spulletjes de eerste keer toen we ons hier installeerden, meegenomen uit Nederland om het een beetje eigen te maken. Het valt me nu pas op hoeveel ‘setjes’ het zijn.

Ik moet er af en toe stiekem om grinniken. Het is niet zo dat ik me hierin laat dicteren door trends of woonmagazines of tv-programma’s. Als het ‘in’ is twee cactussen in een soort zak op je vensterbank te zetten, dan wéét ik dat niet eens.

Mijn tic om veel spulletjes als tweetal te kopen moet dus een andere oorsprong hebben. Die van: ‘dingen horen per twee om mooi te zijn (of drie, als je van een drieling bent)’.

Als ik om me heen kijk, zie ik in de diverse vensterbanken:

Twee glazen vogels.

Twee keramieken bokaaltjes.

Twee porseleinen waxinelichthouders.

Twee (plastic) plantjes – ja, ik weet het, erg, maar echte plantjes redden het niet zolang we hier nog niet fulltime wonen…😉

Twee glazen stompkaars-houders

Op de salontafel staan twee Swazi Candles.

In een wandkast staan twee porseleinen vaasjes.

Aan de wand hangen twee ‘schilderijtjes’ gemaakt met wieren uit de zee, en mijn eigen twee etsen, ooit op de middelbare school gemaakt: de een positief, de ander negatief… Zijn we hier eind december, dan komen de twee julenisser (Kerst-kabouters: eentje groot, de ander klein) tevoorschijn.

Alles in tweevoud.

van alles twee

(Vlnr) Twee bokaaltjes, vogels, waxinelichthouders, wier-schilderijtjes, stompkaarshouders, plastic plantjes…

Maar o schrik, nu ik zo rondkijk, helemaal in de ban van het kort geleden ontdekte ‘tweelinggevoel’, merk ik ook een aantal zaken op die ik in DRIEvoud heb! Ik zal toch niet… nee, dat gaat me – op dit moment in ieder geval – nog te ver. Dat ik ook setjes van drie heb, zal wel iets te maken hebben met dat spreekwoord over een paasei: een ei is geen ei /twee ei is een half ei /drie ei is een paasei. En dat betekent dan zoiets als ‘één is niet genoeg, twee is beter, en drie is goed’. En dat liet mijn moeder zich nogal eens ontvallen over ons kleine gezinnetje, dus dat zit er dan toch een beetje ingebakken.

Goed, dus:

Drie keramieken kandelaars – waar geen kaarsen op kunnen, want: veel te wiebelig, maar de beeldjes zijn gewoon leuk . En veel kaarsen is in Denemarken gewoon hyggelig.

Drie plaatjes corten-staal met keramiek – oud roest in de vorm van kunst-aan-de-wand.

Drie qua vorm bij elkaar passende klankschalen – ik heb er meer, maar die staan nog in Nederland.

Drie Moskouse matroesjka’s – die dan weer elk 4 kleinere poppetjes in zich hebben.

en ook drie

De drie-kandelaars-waar-geen-kaarsen-op-kunnen

Zowel mijn setjes van twee als mijn setjes van drie zijn nooit identiek; elk objectje heeft zijn eigen karakter, vorm, uiterlijk, maar ze horen zonder twijfel bij elkaar. Dat bevestigt wat ik eigenlijk al weet: dat ik geen eeneiige, identieke alleengeboren tweeling ben.

Langzaam maar zeker dringt het besef door dat het wel heel frappant is. En maakt het gegrinnik om mezelf plaats voor verwondering.

Eenling

‘Iedereen is een eenling, zei de wijze man, maar bijna niemand weet het.’

Frederike keek hem ernstig aan. ‘Waarom niet?’

‘Omdat de meeste mensen bang zijn voor zichzelf.
 Ze willen liever samen eenzaam zijn’.

Ben ik ook een eenling?’ vroeg Frederike.

‘Ja, jij ook’, zei de wijze man.

‘Zal ik later ook een eenling zijn?’ vroeg Frederike.

‘Dat hangt van jou af. Bedenk wel dat het heel moeilijk is om een eenling te zijn. Ieder mens wil je beïnvloeden. Ieder wil zich met jou bemoeien, zodat je net zo wordt als zij. Want als je een eenling wilt zijn, dan blijf je altijd een ander voor de ander en dezelfde voor jezelf. Dan blijf je vrij. Zorg dat je vrij blijft!’

‘Hoe moet ik dat doen? vroeg Frederike zacht, ik ben vaak heel bang voor mensen, vooral op school. Ze schelden me uit omdat ik zo goed kan leren.’

‘Dat maakt niet uit, het gaat erom dat je niet bang bent voor jezelf. Eenlingen reageren altijd op zichzelf en nooit op de ander. Dus als de ander je uitscheldt, dan scheld je niet terug. Je vraagt je alleen af: waarom doet dat nou zo zeer in mij?

Is dat mijn trots, is dat mijn onzekerheid, is dat mijn angst?

En waarom wil ik nou zo graag terug schelden?

Komt dat door de ander of komt dat omdat ik zo van schelden houd?

Omdat ik nog zoveel gescheld in mij heb zitten?

Vraag altijd aan jezelf en nooit aan de ander, want anders komt er een ander in je wonen en weet je niet meer wie je bent.’

De wijze man pakte een beukennootje van de grond en zei: ‘Ieder mens is als dit zaadje. De ander is alleen het water of het zonlicht, maar nooit het zaadje zelf. Dat zaadje zit in jou. Verbind je altijd met jouw eigen oorzaak en niet met de motieven van de ander. Zo maak je je vrij van de motieven van de ander.

De ander raakt je alleen maar aan, zoals ook de regen of de zon alleen het zaadje aanraakt, maar niet weet of er een beukenboom of een dennenboom uitgroeit.’

‘Of een roos…..,’ zei Frederike.

‘Precies, of een roos. Niemand weet wat jij in je hebt. Dat moet jezelf ontdekken. De ander kan je niet raken als jij het niet in je hebt. Dus iedere keer als je door de ander wordt geraakt, of dit nu met vloeken gebeurt of een compliment, met slaan of met een streling, iedere keer kun je iets over jezelf te weten komen.

Dat is het mooie van de ander.

Dat is het mooie als je een eenling bent.

Een eenling doet dankzij de ander steeds nieuwe ontdekkingen over zichzelf. Eigenlijk kan de ander je dus heel weinig aandoen. Wees dan ook niet bang dat je de ander zou kunnen kwetsen, want dat is niet mogelijk.

Je kunt de ander alleen aanraken op de plek waar hij al gekwetst was. Maar dat is dan niet jouw ‘schuld’, dat is een deel van hem. En het is ook aan hem of hij deze kwetsing vergroot of juist beter wil leren begrijpen.

Bemoei je niet met de ander maar laat hem vrij.

Voel je niet gehinderd om alles te zeggen wat je wilt zeggen, zo blijf je in evenwicht.

Zo blijf je vrij van elkaar en geef je je eigen macht niet weg.’

Uit: ‘Een gelukkig mens en andere geheimen’ van Theije Twijnstra

 

Tweeling

Al weken, wat zeg ik: maanden, loop ik er mee rond en weet ik niet goed wat ik ermee aan moet. Mijn praktisch ingestelde, analytische geest wil harde bewijzen. Mijn gevoel ‘weet’ echter genoeg. Ik weet niet goed hoe ik dit onderwerp moet aankaarten bij mijn lief, terwijl er helemaal geen reden is aan te nemen dat hij mij voor gek zal verslijten. Maar het is nu eenmaal geen onderwerp dat je tussen twee happen brood door even terloops noemt: ‘Lieverd, volgens mij heb ik ooit een tweelingbroertje gehad’.

25093966449_9306670b6c_k

En toch is dit wat er uiteindelijk gebeurt: tijdens de lunch gooi ik het eruit. De aanleiding is bijgaande foto, inclusief titel. Een bijna doorzichtige foto van een broos en teer en al lang niet meer levensvatbaar zijnde rest van wat ooit een bloem was. ‘Reaching for reunification’ heeft Jaap deze foto genoemd, met als ondertitel: Born from light / Recurring to the light. En nog even los van het feit dat hij al weken foto’s maakt die naadloos lijken aan te sluiten bij het thema wat mij zo bezighoudt – dit trekt me over de streep.

Alles waar ik zo bang voor was gebeurt niet. Geen stortvloed van emoties bij mij, geen vraagtekens of onbegrip bij Jaap. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, en misschien IS dat het ook wel. Eén op de tien zwangerschappen begint immers als meerling, en in zowel een heel vroeg als in een later stadium van de ontwikkeling gaat er vaak iets mis, waardoor jij uiteindelijk in je eentje ter wereld komt. Onwetend van de impact die het verlies van broertje(s) of zusjes(s) op je hele verdere leven heeft.

 

Voor mij vielen de eerste kwartjes toen ik de site (DEZE DUS) bezocht van een nieuwe collega bij de Wereldwinkel. Ze had me tijdens onze kennismaking verteld over haar andere werk en dat had me nieuwsgierig gemaakt. En zo kwam ik terecht bij het onderwerp ‘lost twin’. Nog nooit van gehoord. Ik lees een hele lijst kenmerken en de kwartjes vallen alsof ik de jackpot heb gewonnen.

Je doet steeds (te)veel dingen tegelijk.

Je bent een perfectionist en tegelijkertijd heel slordig.

Je start makkelijk allerlei projecten op, maar afwerken is een andere zaak.

Dingen horen per twee om mooi te zijn.

Je zoekt in je partner een soulmate.

Je bent je hele leven al op zoek, maar niets brengt je voldoening.

Vrijheid is belangrijk; je hebt veel ruimte nodig, maar durft die niet in te nemen.

Als het donker wordt moeten de gordijnen dicht.

Je bent een geweldige gever, maar kunt moeilijk ontvangen.

Nou ja, de lijst is te lang, maar vrijwel alles kan ik in mijn leven plaatsen. Ik krijg een boek te leen: Het drama in de moederschoot. Alle puzzelstukjes beginnen een duidelijk beeld te vormen. Het is niet mijn grote, doodgeboren oudere broer die ik altijd gemist heb. Ik had een tweelingbroertje. Die broos en teer al in een vroeg stadium van mijn moeders zwangerschap niet meer levensvatbaar bleek en verdween. Het is weten vanuit mijn buik, niet vanuit mijn hoofd. Dat hoofd wil ‘bewijs’.

Kort daarop vertrekken we weer even richting Gele Huis, en lijkt het onderwerp wat naar de achtergrond te worden geschoven. Maar ik kan niet heen om de ene, nog overgebleven zonnebloem die ineens een tweeling is geworden met één bloeiende bloem, de ander – kleiner – nog steeds in de knop. Ik verstop mijn schrik in een blog over rozenbottels (HIER), in plaats van hierin een mooie aanleiding te zien Jaap deelgenoot te maken van alles wat er in mijn hoofd omgaat nu.

Dat niet vertellen, niet kwetsbaar durven opstellen, zelfs niet naar de liefste in mijn leven, is zo’n typisch kenmerk voor mij. Het komt voort uit angst voor herbeleving van mijn eerste, onbewuste verlies, weet ik inmiddels. Liever trek ik me terug in dat licht waarin ik altijd heb geprobeerd antwoorden te vinden. En altijd op zoek ben geweest naar hereniging.

 

 

 

 

 

 

Stom geluk?

Als ik door de catacomben van het ziekenhuis loop, voelt het alsof ik er nooit ben weggeweest. De mannen van het patiëntenvervoer roepen ‘hoi’ met een vaag verraste blik in hun ogen. Zo van: jou kennen we toch? Ik heb ze vooral leren kennen tijdens mijn laatste jaar in het ziekenhuis, aan de ontvangstbalie van de verpleegafdeling. Hier reden deze mannen met hun karretjes af en aan om patiënten te vervoeren van en naar de operatiekamers.

Ik kwam op deze afdeling terecht op een niet geheel vrijwillige manier. Vanwege een interne reorganisatie werd ik boventallig op het secretariaat, waar ik een aantal jaren met groeiend plezier had gewerkt. De toenmalige leidinggevende had het aangedurfd een omgeschoold journalist annex stiefmoeder aan te nemen, vooral vanwege dat laatste, zo heeft ze me ooit eens toevertrouwd. ‘Dat je het aandurft met andermans kinderen zegt meer over je dan een typediploma’. Ik ben haar er nog altijd dankbaar voor; voor die woorden, en voor het vertrouwen dat ze in me had.

Met een onbevredigend gevoel heb ik ooit deze werkplek verlaten; het voelde niet ‘af’. Één keer eerder heb ik op het punt gestaan te solliciteren op een tijdelijke vacature toen een andere collega hier moeder zou worden. Ik heb het uiteindelijk niet gedaan, na een paar slapeloze nachten tijdens een vakantie… Blijkbaar was toen de tijd nog niet rijp. Nu wel. Het komt me bijna aangewaaid, lijkt wel. Dit jaar mag ik gaan afronden, om na zeven maanden definitief los te laten.

Veel lijkt nog hetzelfde. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Bekende gezichten. Ik hoor bekende termen en ineens, alsof er tientallen luikjes tegelijkertijd openen in mijn hoofd, schieten me allerlei seinnummers van artsen te binnen. Ik wist niet dat ik dit nog wist! En ik hoop straks, dat dit voor meer dingen geldt…😉

Maar ik weet, en zie, dat er ook veel veranderd is de afgelopen jaren. Het meest opvallend is de plek. Het secretariaat is inmiddels verhuisd. En wel naar waar eerder ‘mijn’ verpleegafdeling was. Ik voel me even een tijdreiziger in drie parallelle werelden die nu ineen schuiven. Als ik per 1 april weer aanschuif op het secretariaat scheelt het een paar meter met de plek waar ooit mijn stoel achter de balie van de verpleegafdeling stond… Stom geluk of toeval?

Nummer 6 opzet

Je begint met 1 cirkel in het midden, daaromheen de eerste 6, en je hebt de ‘Seed of Life’, die je kunt laten groeien zover als het papier reikt.. (in dit geval) Dit is een aanzet voor een mandala)

Nog even terugkomen op die zeven maanden. Mooi getal. Het is mijn ‘masker’-getal, hoe ik mij laat zien aan de wereld. In de volkswijsheid wordt het getal 7 algemeen geassocieerd met spiritualiteit en geluk. Maar er is meer.

De 7 heeft betrekking op de oorsprong van alle dingen. In de heilige geometrie staan zes elkaar snijdende cirkels rond de centrale cirkel bekend als het Zaad van het Leven, of het Genesispatroon. De Ouden zagen 7 planeten aan de nachtelijke hemel. De 7 muzikale tonen vertegenwoordigen de harmonie van deze 7 planeten. En waar de hemel verweven raakt met het aardse leven, verschijnt de 7 op een subtiele manier: in de vorm van een regenboog met 7 kleuren. Uiteindelijk draait de 7 ook om de menselijke spirituele evolutie op aarde: we hebben 7 chakra’s, 7 dagen van de week, 7-jaars cycli… De 7 moedigt ons aan om te groeien, te transformeren.

‘Het geluk van de zeven heeft te maken met heelheid, met een gevoel van ‘dit klopt’, van ‘juistheid’ en duidt dus niet op stom geluk of toeval. Toch heeft zeven ook met toeval te maken, wat we aflezen aan de dobbelsteen. De som van de tegengestelde zijden van een dobbelsteen is altijd zeven. Dit suggereert geluk dat onverwacht in je leven komt, geluk dat je komt aanwaaien.’

(bron: http://tarotstapvoorstap.nl/tarot-numerologie/getal-zeven/)

En een zeer inspirerende (Engelstalige) site over Heilige Geometrie en mandalas’s is die van Rosalind Pape.

 

Tvivl 9.0

Het lijkt erop dat ik hier, in Nederland, nog iets af te maken heb, in dit jaar van afronding. Immers, numerologisch gezien is 2016 (2+0+1+6=) een 9-jaar en het getal 9 is het laatste enkelvoudige getal in de reeks. Een jaar dus om nog één keer terug te kijken op van alles uit de afgelopen acht jaar en te bedenken: is het af, kan ik het loslaten? Hierna begint het weer opnieuw met de 1 – een nieuwe start. Je kunt erin geloven of niet, maar de magie van getallen verwondert mij elke keer weer.

2016-calendar-front

Nu ‘heb’ ik ook iets met het getal 9. Het is mijn geboortemaand, maar leuker nog: het is het getal wat overblijft als je mijn complete geboortedatum optelt en daarmee is 9 mijn levenspad-getal. Het begrijpen van de ‘wetenschap’ achter getallen heeft mij de afgelopen jaren aardig inzicht in mijzelf gegeven.

Het wezen van de 9 – de laatste in de cyclus zijn, ervaring, wijsheid, afronden – houdt automatisch ook een nieuw begin in. Na de 9 komt immers vanzelf de 10 (1+0), oftewel de 1 en de cirkel is weer rond. De 9 vertelt me dus zowel oude zaken af te ronden als nieuwe ervaringen te omhelzen. Maar ook dat ik geneigd ben aan weer een nieuw project te beginnen voordat het oude af is… Oude contacten die me niet langer dienen los te laten om zo ruimte te maken voor nieuwe. Oude spullen zonder moeite weg te doen, oude inzichten in te ruilen voor frisse, nieuwe. Als ik terugkijk op mijn leven tot nu toe, doe ik eigenlijk niet anders – ook toen ik nog geen benul had van numerologie.

In mei 2011 (vijfde maand/ 5 + 2+0+1+1= jawel: 9!) verbleven wij in een heerlijk optrekje in Kroatië dat – je raadt het al – huisnummer 9 had. Het was daar dat de kiem werd gelegd om ons leven zoals we dat toen leidden af te ronden en het ‘anders’ te gaan doen. In eerste instantie dachten we dat nieuwe leven dáár vorm te gaan geven, maar het zou uiteindelijk Denemarken worden. En – geloof het of niet – als je de letters bij elkaar op telt (waarbij A=1, Z=26) is d-e-n-e-m-a-r-k-e-n ook 9! Niet dat we onze nieuwe woonplek op deze manier hebben uitgerekend. Het blijkt achteraf ‘toevallig’ zo te zijn… en daar hou ik van! J

Evenmin zoek ik onze vakantiehuisjes er op uit, maar onze eerste dromen richting een leven in Denemarken werden wat concreter tijdens een wintervakantie op wederom nummer 9. Dit gebeurde in een periode (februari 2013) die gekenmerkt werd door 8-energie: dan komt er duidelijkheid in plannen, oogst je wat je hebt gezaaid.

Terug naar het hier & nu. Mijn leven staat behoorlijk in het teken van ‘vertrekken naar Denemarken’. Liever gisteren dan vandaag. (Geduld is een slechte eigenschap van me, en dat leren hoort ook op het pad van ‘de 9’.) Maar eerst moet er hier nog iets afgemaakt worden. Overduidelijk zijn wel de vele ooit opgestarte, maar nooit afgemaakte klusjes hier in huis, zodat het netjes verkocht kan worden. Maar ik begin me nu ook af te vragen of er misschien nog méér (figuurlijke) losse eindjes liggen, op andere plekken.

Ooit heb ik me heilig voorgenomen nooit terug te keren naar een voormalige werkgever. En dat heb ik ook nooit gedaan. Toch heb ik nu gesolliciteerd op mijn voor-vorige werkplek. Met best wel enige tvivl, dat zul je begrijpen. Voor een tijdelijke functie van 7 maanden, tot 1-11. Nee, over deze getallen ga ik het nu niet hebben. Duim maar gewoon voor me!

(Voor wie de materie interessant vindt, is DIT een leuke blogpost om eens mee te beginnen. En een meer met-de-voeten-in-de-Deense-klei-versie van mijn getwijfel is HIER te vinden)